Visie
12 februari 202612 min

We behandelen de verkeerde angst

Waarom onze diagnostiek bij jongeren blijft steken aan de oppervlakte — en hoe vijf keer doorvragen de kern blootlegt.

De buitenlaag en wat eronder zit

Ik heb echte angst gezien. In een TBS-kliniek, waar mensen lagen te trillen van nachtmerries over dingen die echt waren gebeurd. In kansarme buurten, waar kinderen opgroeiden in huizen waar je niet veilig was. In de forensische psychiatrie, waar angst zo diep zat dat woorden tekortkwamen.

En juist dáárom maakt het me aandachtig wat ik nu zie tijdens mijn werk als POH-GGZ. Niet omdat de angst niet echt is — maar omdat we de verkeerde angst behandelen.

Er komt een jongere binnen. Zeventien jaar. Kan niet meer naar school. De huisarts heeft een GAD-7 afgenomen, score hoog, doorverwijzing: angststoornis. En dan begint het gesprek.

Ik vraag: waarom ga je niet naar school? "Omdat ik het niet meer trek." Waarom trek je het niet meer? "Omdat ik gepest word." Waarom word je gepest? "Omdat ik rood haar heb." En dan valt het stil.

Of een andere jongere. Wil niet meer uitgaan. Waarom niet? "Omdat ik toch nooit iemand ontmoet." Waarom niet? "Omdat ik niet durf." Waarom durf je niet? En dan, na een lange stilte: "Omdat ik bang ben dat ze me aanzien als een verkrachter."

Dit is wat ik ontzettend veel zie. De angst waarmee een jongere binnenkomt — de generieke, diffuse angst die hoog scoort op een vragenlijst — is niet de echte angst. Het is een beschermlaag. Daaronder zit iets wat veel specifieker is, veel kwetsbaarder, en veel bedreigender: de angst om niet goed genoeg te zijn. Om te falen. Om afgewezen te worden. Om gezien te worden en dan niet te voldoen.

En wij, als hulpverleners, behandelen de buitenlaag.

De diagnose als buffer

Hier zit de paradox die me niet loslaat. De jongere heeft wél angst. Het ongemak is echt. De paniek kan echt zijn. Maar de gepresenteerde angst functioneert als een buffer — als een bescherming tegen de echte, onderliggende angst die zo bedreigend is dat die begraven moet blijven.

"Ik heb paniek en kan niet naar school" is draaglijker dan "ik ben bang dat ik het niet kan en dat iedereen dat ziet." "Ik heb een angststoornis" is veiliger dan "ik ben bang dat niemand me ooit zal willen."

Het label wordt een schild. En wij reiken dat schild aan.

Het moment dat een jongere hoort "je hebt een angststoornis" verandert er iets fundamenteels. Het ongemak wordt een ziekte. Van een ziekte mag je herstellen door rust, door vermijding, door niet te hoeven. De diagnose legitimeert precies het gedrag dat voorkomt dat de jongere ooit bij de kern komt.

We hebben het vermijdingsgedrag medisch ingepakt en met een strik eromheen teruggegeven.

De tantrum-analogie

Een kind dat in de supermarkt op de grond gaat liggen omdat het geen snoep krijgt, ervaart echte emotionele distress. Het huilt echt. Het voelt zich echt ellendig. Maar geen verstandige ouder zegt: "Dit kind heeft een emotieregulatiestoornis."

We begrijpen dat het gedrag functioneel is — het is een strategie om iets te krijgen of iets te vermijden.

Bij jongeren met angstklachten doen we precies het tegenovergestelde. We zien het gedrag — het terugtrekken, het niet meer gaan, het afhaken — en in plaats van de functie te onderzoeken, plakken we er een diagnose op. We belonen de buitenlaag zonder ooit bij de kern te komen.

Waarom nu en niet in de jaren 80?

Er is een vraag die me niet loslaat: waarom was er in de jaren 80 zoveel minder schoolabstinentie?

Niet omdat kinderen toen geen angst kenden. Niet omdat pesten niet bestond. Niet omdat het leven makkelijker was — in veel opzichten was het harder. Maar er was één cruciaal verschil: er was geen exitstrategie.

Niet naar school gaan was geen optie. Niet uitgaan betekende sociale isolatie. Er was geen online wereld waar je identiteit, contact en validatie kon krijgen zonder de confrontatie aan te gaan. Je moest het ongemak in, want er was geen weg omheen. En door dat ongemak in te gaan, leerde je — stukje bij beetje, onhandig en pijnlijk — dat je het kon.

Nu is die exitstrategie er wél. Je kunt thuis zitten, online een gemeenschap vinden die je angst valideert, een identiteit bouwen rondom je diagnose, en nooit geconfronteerd worden met de onderliggende overtuiging.

De kosten van vermijden zijn gedaald. Tegelijkertijd zijn de kosten van wél proberen gestegen: falen is publiek via social media, flirten is beladen in een post-MeToo-cultuur, en de sociale ruimte voor normaal, onhandig sociaal leren is kleiner geworden.

We leven statistisch gezien in de veiligste tijd ooit. Toch stellen we meer angstdiagnoses dan ooit. Dat zou ons niet moeten vertellen dat er meer angst is. Het zou ons moeten vertellen dat we angst anders zijn gaan definiëren — en dat de infrastructuur voor vermijding nog nooit zo uitgebreid was.

Vijf keer waarom

Wat ik in de praktijk doe, is simpel en oncomfortabel: doorvragen. Niet één keer, maar vijf keer.

  • Waarom wil je niet naar school?
  • Waarom word je gepest?
  • Waarom is dat erg?
  • Wat ben je bang dat er dan gebeurt?
  • En wat zou dát dan betekenen?

Bijna altijd verschuift het beeld. De generieke angst — "ik kan niet, het is te veel" — maakt plaats voor iets specifieks. Een overtuiging over zichzelf: ik ben niet goed genoeg. Ik ga falen. Ik hoor er niet bij. Niemand zal me willen. Als ze me echt leren kennen, wijzen ze me af.

Dát is geen angststoornis. Dat is een denkfout met een vermijdingsstrategie en een diagnostisch label als schild. En dát is waar de behandeling zou moeten beginnen — niet bij de buitenlaag die op de vragenlijst scoort.

Soms is er weerstand bij het doorvragen. Soms stopt het gesprek. En dat is juist het interessante moment — want de weerstand vertelt je waar de bescherming zit. Het punt waarop een jongere stopt met antwoorden is precies het punt waarop je dichtbij komt.

De vermijding van de hulpverlener

Hier moet ik eerlijk zijn, ook naar mezelf. Niet doorvragen is niet alleen veiliger voor de cliënt. Het is ook veiliger voor ons.

Vijf keer doorvragen totdat iemand zegt "ik ben bang dat ik als verkrachter word gezien" of "ik denk dat niemand me ooit zal willen" — dat is niet makkelijk om te ontvangen. Dat vraagt iets van je als professional. En in de drukte van een volle agenda, met een wachtkamer vol cliënten, is het verleidelijk om bij de buitenlaag te blijven.

Een GAD-7 afnemen, een score noteren, een diagnose registreren — het is efficiënt, het voelt professioneel, en het beschermt ons tegen de rommeligheid van wat er echt aan de hand is.

Maar het is ook een vorm van vermijding. We spiegelen het gedrag van onze cliënten: zij vermijden hun echte angst, wij vermijden de confrontatie met wat eronder zit.

Hoe technologie ons kan helpen

Ik werk aan een AI-tool voor hulpverleners die precies dit doet: de vragen stellen die we in de drukte vergeten. Niet om de hulpverlener te vervangen, maar om ons te herinneren aan wat we weten maar te weinig doen.

  • "Heb je doorgevraagd op de functie van het vermijdingsgedrag?"
  • "Wat zit er onder de gepresenteerde angst?"
  • "Bij welke laag stopte de cliënt met antwoorden?"

Technologie kan ons helpen om betere clinici te zijn. Niet door antwoorden te geven, maar door ons te confronteren met de vraag die we zelf vermijden: kijk je naar de buitenlaag of naar de kern?

Een uitnodiging

Dit stuk is geen wetenschappelijk artikel. Het is een waarneming vanuit de werkvloer, vanuit jaren ervaring in settings waar het verschil tussen echte overweldigende angst en aangeleerd vermijdingsgedrag letterlijk zichtbaar was. Ik kan het mis hebben. Maar ik denk dat veel collega's herkennen wat ik beschrijf.

Mijn uitnodiging is simpel: stel de volgende keer dat een jongere binnenkomt met "angst" vijf keer de waarom-vraag. Niet cynisch. Nieuwsgierig. En kijk wat er dan naar boven komt.

Want misschien behandelen we niet te weinig angst. Misschien behandelen we de verkeerde.

---

Rudi Voet is POH-GGZ en gezinscoach. Hij werkte eerder in de forensische psychiatrie, de verslavingszorg en in kansarme buurten. Momenteel werkt hij in de huisartsenpraktijk en heeft een eigen praktijk voor gezinscoaching. Hij ontwikkelt AI-ondersteunde tools voor betere hulpverlening via [HelioBuddy](https://heliobuddy.studio).

Geschreven door het HelioBuddy team

Wij bouwen AI-tools die behandelaren helpen om meer tijd te hebben voor wat echt telt.

Meer artikelen