AI in de spreekkamer: De trein raast voorbij. Jij staat op het perron.
Over AI-overwelming in de hulpverlening — en waarom je minder achterloopt dan je denkt.
Over AI-overwelming in de hulpverlening
Laatst zat ik aan mijn bureau tussen twee cliëntgesprekken in. Tien minuten pauze. Ik scrollde door LinkedIn en las dat er die week alwéér drie nieuwe AI-modellen waren uitgebracht, dat een techbedrijf twintig miljard had opgehaald, en dat iemand met AI in een middag had gebouwd waar een team normaal maanden over doet.
Ik keek naar mijn scherm. Naar mijn EPD dat nog steeds aanvoelt alsof het in 2009 is ontworpen. Naar de stapel verslagen die ik die avond nog moest uitwerken. Naar de wachtlijst die niet korter wordt. En ik dacht: ik loop hopeloos achter.
Herkenbaar? Dan is dit artikel voor jou. Voor de POH-GGZ die elke dag acht gesprekken voert en 's avonds leest dat AI "de zorg gaat transformeren" — maar niet weet waar te beginnen. Voor de coach die wel wil, maar verdrinkt in de hoeveelheid tools. Voor de hulpverlener die het gevoel heeft dat de wereld versnelt terwijl de eigen werkdag vastloopt in bureaucratie en wachtlijsten.
Ik schrijf dit vanuit dertig jaar GGZ-ervaring. Vanuit de verslavingszorg, de crisisdienst, de forensische psychiatrie, de huisartsenpraktijk. Maar ook vanuit iemand die AI dagelijks gebruikt en er een platform mee bouwt. Ik sta met één been in de klinische praktijk en met het andere in de technologie. En ik kan je dit vertellen: het gevoel klopt. Maar de conclusie die je eraan verbindt, klopt niet.
Je meet de verkeerde snelheid
Wat je leest op LinkedIn, in nieuwsbrieven, op tech-sites — dat is de snelheid van de technologie. Nieuwe modellen. Nieuwe mogelijkheden. Elke week iets anders. Die klok tikt in dagen.
Maar de tools die wij als hulpverleners daadwerkelijk kunnen gebruiken? Die zijn er nog nauwelijks. E-health platforms die niet met elkaar praten. EPD's die geen AI-integratie hebben. Protocollen die nog uitgaan van de wereld van vijf jaar geleden. Die klok — de klok van toepassingen — tikt in maanden.
En dan is er de klok van adoptie. Wat collega's, praktijken en instellingen daadwerkelijk doen met die technologie. En eerlijk: de meeste hulpverleners die ik ken gebruiken AI niet. Of ze gebruiken ChatGPT voor een enkele vraag, zonder context, zonder geheugen, zonder enig systeem. Die klok tikt in jaren.
Je leest over klok één. Je leeft op klok drie. En het verschil daartussen voelt als falen. Maar het is geen falen. Het is hoe technologische verandering altijd werkt. De smartphone bestond jaren voordat je ouders hem echt gingen gebruiken. Het internet bestond een decennium voordat het doordrong tot het dagelijks leven van de meeste mensen. Wij zitten nu in dat tussenstadium met AI.Het verschil is dat dit tussenstadium sneller gaat dan ooit. En dat maakt het beklemmend. Maar "beklemmend" is niet hetzelfde als "te laat."
Waarom je brein je tegenwerkt
Er is iets wat ik herken uit de verslavingszorg. Mensen die vastzitten, weten vaak précies wat ze zouden moeten doen. Maar ze doen het niet. Niet omdat ze dom zijn of lui. Maar omdat hun brein hen beschermt tegen verandering.
Datzelfde mechanisme is bij ons aan het werk als het gaat om AI.
Status quo bias. Je brein heeft een diepe voorkeur voor hoe het nu is. Verandering kost energie, en je brein is een energiebespaarder. In de hulpverlening is dit extra sterk: we werken met protocollen, richtlijnen, bewezen methodieken. Alles in ons vak zegt: "doe wat werkt." En dat is goed — tot het voorkomt dat je kijkt naar wat beter zou kunnen werken. Cognitieve overbelasting. Je hebt al een volle caseload. Je hoofd zit vol met zorgen van cliënten. Je moet verslagen schrijven, MDO's bijwonen, wachtlijsten managen. En dan moet je óók nog bijhouden wat AI doet? Je brein zegt: nee. Te veel. We doen het morgen. Morgen wordt volgende week. Volgende week wordt nooit. De adoptiecurve. Slechts 2,5% van mensen zijn echte early adopters bij nieuwe technologie. De grote meerderheid — 84% — wacht tot de verandering te overduidelijk is om te negeren. In de GGZ is dat percentage waarschijnlijk nog hoger, omdat onze sector van nature conservatief is als het gaat om technologie. En dat is niet per se verkeerd. We werken met kwetsbare mensen. Voorzichtigheid is gepast.Maar voorzichtigheid mag geen excuus worden voor stilstand. Er is een verschil tussen "ik wil zorgvuldig zijn" en "ik durf niet."
Vier patronen die ik herken
De toestemmingscultuur
De GGZ is doordrenkt van afstemming. Overleg met de huisarts. Terugkoppeling naar de instelling. MDO. Intervisie. ROM-metingen. Voor je iets nieuws kunt proberen, moet je het langs zes lagen van goedkeuring sturen.
Dat had een functie toen elke interventie maanden kostte om te ontwikkelen. Maar nu kan ik in twintig minuten een concept-werkboek genereren voor een cliënt met een specifiek herstelprofiel. In een uur een psycho-educatieprogramma opzetten. Twee uur voor een complete sessiestructuur.
De tijd die ik kwijt ben aan het vragen van toestemming om iets te proberen, is langer dan de tijd die het kost om het te maken. Dat is de wereld op zijn kop.
De nieuwsverslaving
Ik betrap mezelf er ook op. Weer een artikel over AI in de zorg. Weer een webinar. Weer een LinkedIn-post over hoe AI alles gaat veranderen. Ik voel me geïnformeerd. Ik "weet" wat er speelt.
Maar weten is niet doen. Ik ken collega's die drie artikels over AI in de zorg hebben gelezen en het nog nooit hebben geprobeerd. Die kunnen je vertellen wat Claude is, wat ChatGPT doet, wat de risico's zijn rond privacy. Maar ze hebben nog nooit een prompt getypt voor een daadwerkelijk cliëntgeval.
Informatie zonder toepassing is entertainment met een schuldgevoel.De toolcarrousel
Eén week ChatGPT. Dan hoorde iemand dat Claude beter schrijft. Dan was er weer een e-health platform dat AI integreert. Dan een workshop over een ander systeem. Overal een beetje, nergens diep.
Ondertussen kan die éne collega die achttien maanden geleden voor één tool koos — en daar consequent mee werkte — in een kwartier doen waar jij een middag over doet. Niet omdat die collega slimmer is. Maar omdat diepte breedte verslaat. Altijd.
De reflexen van vroeger
Dertig jaar lang heb ik alles zelf geschreven. Verslagen, behandelplannen, psycho-educatie, brieven naar verwijzers. Woord voor woord. Met de hand, later op de computer. Dat was vakmanschap. Dat was zorgvuldigheid.
Die reflex zit diep. Mijn eerste impuls bij elk stuk tekst is nog steeds: ik doe het zelf, want dan weet ik dat het goed is. Maar "zelf doen" is niet meer hetzelfde als "goed doen." Niet als ik diezelfde tekst in een fractie van de tijd kan maken — onder mijn eigen regie, met mijn eigen klinische blik — en de vrijgekomen tijd kan besteden aan wat er echt toe doet: het gesprek met de cliënt.
Het knelpunt in de zorg is al lang niet meer de uitvoering. Het knelpunt is tijd. En AI geeft je tijd terug.
Wat ik heb geleerd — en wat je deze week kunt doen
Laat zien, vraag niet
Vorige maand maakte ik een concept-werkboek voor herstelondersteuning bij verslaving. Niet in weken — in een middag. Ik liet het zien aan collega's. Geen PowerPoint over wat er mógelijk zou zijn. Het ding zelf. De reactie was anders dan bij elke presentatie die ik ooit heb gegeven. Mensen begrepen het meteen. Niet het concept van AI, maar de waarde ervan. Omdat ze het konden zien en aanraken.
Stop met vergaderingen over de mogelijkheden van AI. Maak iets. Laat het zien. Dan praat je over iets concreets.
Eén artikel, één toepassing
Lees je iets over AI in de hulpverlening? Probeer het direct. Niet morgen. Nu. Lees je dat AI kan helpen bij het schrijven van psycho-educatie? Open je tool en schrijf er één stuk mee. Lees je over AI-ondersteunde gespreksvoorbereiding? Probeer het voor je volgende intake. Twee minuten. Zelfs als het slecht gaat.
De verhouding moet verschuiven van consumeren naar doen. Elke keer dat je iets leest zonder het te proberen, wordt de kloof groter.
Eén tool, dertig dagen
Kies de tool die het dichtst bij je werk staat. Verbind je er dertig dagen aan. Ga diep. Leer hoe projecten werken, hoe je context geeft, hoe je geheugen instelt, hoe je de tool leert wat jij nodig hebt. Negeer in die dertig dagen alles wat er verder uitkomt.
Voor GGZ-professionals is dit extra krachtig. Jij hebt domeinkennis die geen enkele AI uit zichzelf heeft. Jij weet hoe een cliënt met complexe PTSS reageert op bepaalde interventies. Jij kent de nuances van motiverende gespreksvoering. Jij voelt wanneer een behandelplan niet klopt. Die expertise wordt exponentieel waardevoller als je één tool leert die het versterkt.
AI is je spiegel, niet je vervanger
Dit is misschien het belangrijkste dat ik heb geleerd, en het sluit direct aan bij hoe wij als hulpverleners werken. Wij vervangen onze cliënten niet. Wij helpen hen hun eigen kracht te vinden. AI werkt hetzelfde — maar dan naar ons toe.
AI vervangt mij niet als therapeut. AI versterkt wat ik al weet. Het neemt het schrijfwerk over zodat ik meer tijd heb voor het gesprek. Het genereert een eerste opzet die ik met klinische blik bijstel. Het helpt me patronen zien die ik in mijn eentje misschien had gemist.
De hulpverlener die AI inzet als spiegel van eigen expertise, wordt niet vervangen. Die wordt onvervangbaar.Speel als een kind
We vragen onze cliënten voortdurend om dingen te proberen die oncomfortabel zijn. Om te oefenen met nieuw gedrag. Om te falen en het opnieuw te proberen. Om niet te wachten tot ze het perfect kunnen, maar om te beginnen en al doende te leren.
Misschien is het tijd dat we datzelfde advies aan onszelf geven.
Kinderen leren niet door te lezen over speelgoed. Ze pakken het op. Ze draaien het om. Ze breken het. Ze komen erachter door het te doen. Jij leerde lopen door te vallen. Praten door verkeerd te brabbelen. Alles wat er toe deed leerde je op dezelfde manier: door het slecht te doen totdat je het beter deed.
AI is niet anders. De collega's die nu voorlopen zijn niet slimmer. Ze hebben niet een betere opleiding gevolgd. Ze hebben gewoon vaker de tool geopend. Vaker iets geprobeerd. Vaker gefaald. En ze zijn doorgegaan.
Eén tool. Eén uur per dag. Eén taak uit je eigen praktijk. Eén lelijke eerste poging zonder verwachtingen. Niet ooit. Deze week.Je staat niet achter. Je staat op het punt om te beginnen. En in de hulpverlening — dat weten wij als geen ander — is beginnen het moeilijkste deel. Alles daarna is oefenen.
---
Rudi Voet — POH-GGZ in Zeeuws-Vlaanderen. Verslavingskundige bij Den Rooy Clinics. Familie-counselor in eigen praktijk. Ontwikkelaar van HelioBuddy — een AI-platform voor GGZ-professionals. Meer dan 30 jaar ervaring in de geestelijke gezondheidszorg.